Regels rondom de opslag van mest

Door: 29 juni 2017

 

Op elk agrarisch bedrijf is sprake van de opslag van mest. Vaste mest en wat stroresten op een betonplaat, drijfmest in kelders, pluimveemest in een container, stromest in een loods of (tijdelijk) op het land. De verschillen zijn groot en dat geldt ook voor de voorschriften die van toepassing zijn.  In deze blog willen we wat inzicht verschaffen in de regels die van toepassing zijn en welke aandachtspunten er zijn op het moment dat u een mestopslag wilt realiseren.

Milieu

Afhankelijk van het soort mest (vaste mest of drijfmest), het oppervlakte en de opslagcapaciteit geldt er in het kader van milieu een meldings- of vergunningsplicht. In veel gevallen volstaat een melding in het kader van het Activiteitenbesluit. Betreft het een opslag van drijfmest in een foliebassin, mestzak of mestsilo met een oppervlakte van maximaal 750 m2 en een inhoud van 2.500 m2, dan is een melding voldoende. Dit geldt ook voor de opslag van vaste mest tot een capaciteit van 600 m3.

Wordt de maximale maatvoering en inhoud overschreden dan moet er voor de mestopslag een aanvraag omgevingsvergunning milieu worden aangevraagd. Daarmee is de uitgebreide procedure (26 weken) van toepassing. Let op! Bij de bepaling van het oppervlakte en inhoud tellen ook de bestaande mestopslagen mee (met uitzondering van de drijfmestkelders onder de stallen).

Voor pluimveemest gelden verschillende eisen afhankelijk van het aanwezige stalsysteem, de locatie van de opslag (wel/niet terugkerend en binnen/buiten de inrichting) en de wijze van opslag.

Bouwen

De plek van de mestopslag is bepalend of er een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen noodzakelijk is. In de regel is een mestopslag op basis van het bestemmingsplan toegestaan binnen het bouwvlak. Op basis van het Besluit omgevingsrecht is voor de bouw van een silo in het achtererfgebied geen omgevingsvergunning vereist.

Ruimtelijke ordening

Bij het plaatsen van een mestopslag buiten het bouwvlak is er in veel gevallen een omgevingsvergunning voor het afwijken of een wijziging/herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit betekent dat er sprake is van de uitgebreide procedure (26 weken). Hiervoor is een goede ruimtelijke onderbouwing een vereiste, waarbij de noodzaak voor de aanwezig agrarische bedrijfsvoering moet worden aangetoond.

Aangezien een mestopslag met toebehoren (hekwerk) en installaties (pomp, putten, afsluiters) wel is aan te merken als een bouwwerk, gaat dit niet op voor de bouw buiten het bouwvlak. Dit betekent dat er in deze gevallen ook een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen moet worden aangevraagd.

Mestvergisting

Per 1 januari 2016 is het kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke mest onder het Activiteitenbesluit komen te vallen. Dit betekent dat er een eenvoudigere procedure kan worden doorlopen in de vorm van een melding en een omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Dit betekent dat de reguliere procedure van toepassing is met een termijn van 8 weken.

Afhankelijk van de wijze van opslag, de maatvoering en inhoud en de locatie is de proceduretijd 8 (regulier) of 26 (uitgebreid) weken. Om niet voor onwelkome verrassingen komen te staan, is het verstandig om dit vooraf te bespreken en in beeld te brengen. Onze adviseurs ruimtelijke ordening en milieu zijn zeer regelmatig betrokken bij het begeleiden van procedures rondom de realisatie van mestopslagen en mestvergisters. Heeft u vragen of zit u met een knelpunt, neem dan contact op via 08 8236 8236.  

"Samen met u en met mijn collega’s vind ik creatieve oplossingen" Bas Kolkman

Blijf op de hoogte