Zwartsluis - Melkrundveehouderij

Weidevol Natuurboerderij

Een modern melkveebedrijf dat onder één dak samenwerkt met Natuurmonumenten, zaalruimte aanbiedt middenin weidevogelgebied én een biologische bedrijfsvoering combineert met een luchtwasser. Het moest haast wel een bijzonder gebouw opleveren. Op 1 en 2 mei houden Hermen en Leanne Spans open dag en kan iedereen ‘het wonder van Zwartsluis’ met eigen ogen bekijken.

Het doet zo op het eerste gezicht niet direct denken aan een ligboxenstal met ruimte voor 230 koeien. Integendeel. De hoge glazen voorgevel heeft meer weg van de etalage van een meubelboulevard. En zo hoog de voorkant van het gebouw is, zo laag lijkt de achterkant. De architect laat de daklijn van het gebouw dan ook naar achteren aflopen. Daardoor lijkt het langzaam en geruisloos in het omringende grasland te verzinken.

De voorkant van de 70 meter lange en 35 meter brede stal staat bijna tegen de dijk van Zwartsluis naar Vollenhove aan. Achter het glas vind je op de begane grond een zaal met koffiecorner, terwijl de eerste verdieping bestaat uit twee vergaderzalen en een stalbalkon voor bijeenkomsten van uiteenlopende aard.

Voor bezoekers is het een bijzonder plaatje: natuur aan de ene kant, moderne melkveehouderij aan de andere kant. Immers, wie naar buiten kijkt, ziet over de dijk de uiterwaarden en de bij harde wind woeste golven van het Zwarte Water. Draai je het hoofd de andere kant op, dan zie je binnen door de grote ramen koeien vredig staan te vreten. De houten spanten zorgen voor een warme sfeer in de stal.

Biologisch melkveebedrijf

Twee jaar terug in de tijd. Omdat Hermen en Leanne Spans al vrij veel land van Natuurmonumenten huurden, schakelden ze met hun melkveebedrijf in Sint Jansklooster in 2013 om naar een biologische bedrijfsvoering. Dat geeft hen meer stabiliteit in de melkprijs.

Ondertussen bleven ze naarstig zoeken naar een nieuwe locatie. Het bedrijf is Sint Jansklooster was oud, klein, matig verkaveld en omgeven door diverse, als kwetsbaar aangemerkte natuurgebieden. Hun melkveebedrijf met 120 koeien zat volledig op slot, elke beperking die je kunt bedenken ligt ook zo’n beetje op deze locatie. Met het oog op de verkoopbaarheid van het bedrijf in de toekomst wilden ze daar per se geen nieuwbouw doen.

Toen aan de dijk tussen Zwartsluis en Vollenhove een oude boerderij met 30 hectare land te koop kwam, viel de puzzel ineens in elkaar. Ze verkochten hun tweede bedrijfslocatie, waar ze het jongvee opfokten. Dat was het eerder in Nieuwleusen aangekochte melkveebedrijf met grond. Met de opbrengst én een stevige bankfinanciering kochten ze de oude boerderij in Zwartsluis. Die ging helemaal plat en daarvoor in de plaats verrees de huidige nieuwbouw. De grond verkochten ze aan Natuurmonumenten om die via een erfpachtconstructie vervolgens zelf weer in gebruik te nemen.

Zalen in het grasland

In de nabij gelegen polder ligt nu in totaal 70 hectare weidvogelgrasland, dat ze volledig in erfpacht gebruiken van Natuurmonumenten. Het land met weidevogels past perfect bij hun biologische bedrijfsvoering. Natuurmonumenten maakt gebruik van een deel van de koffiecorner. Daar liggen folders en vandaaruit organiseert excursies. Het bijbouwen van deze ruimtes kostte wel wat extra, maar nu kunnen ze wel groepen ontvangen voor vergaderingen of feestelijke bijeenkomsten. Deze tweede tak van het bedrijf wil Leanne de komende jaren verder uitbouwen. Leanne: ‘Het is een trend om duffe vergaderlokalen in te ruilen voor ruimtes op bijzondere locaties, daar spelen we op in.’

Om de bezoekerslocatie zo aantrekkelijk mogelijk te maken, schakelden Hermen en Leanne een architect in. ‘We zijn meer dan een melkveebedrijf en willen ook iets doen met imago: gastvrijheid en transparantie uitstralen. Dat betekent zo open mogelijk bouwen, iedereen mag zien wat er bij komt kijken om een modern melkveebedrijf te runnen.’

Luchtwasser achter stal

Het maakte de uitdaging voor de architect des te groter, te meer omdat er nóg een aspect bij kwam: een luchtwasser achter de stal. Om dit financieel rond te zetten, moest de boerderij wel een bepaalde omvang hebben. Dat leidde tot een stal die ruimte biedt aan 230 koeien. Te veel om nabij drie Natura 2000-gebieden te gaan boeren zonder extra voorziening. Die voorziening kwam er in de vorm van een luchtwasser, maar daarvoor moest de nok van de stal dicht en mogen de zijkanten van de stal maximaal één meter open staan.

Op de beurs in Hardenberg was de familie Spans in contact gekomen met Rombou. Enkele stalontwerpen die daar werden gepresenteerd spraken hun erg aan. In enkele vervolggesprekken vonden beide partijen elkaar. Zodoende werd Harry Ehrenhard de architect en Gert Elling de bouwbegeleider.

Harry Ehrenhard: ‘De opdracht was een groot gebouw realiseren, dat verdwijnt in de omgeving, maar tegelijkertijd transparant is. Daarom laat ik het gebouw in de grond zakken en heb ik kleuren gebruikt die in de omgeving opgaan. Het open karakter komt tot uiting in het vele glas aan de voorkant en het gebruik van plexiglasplaat aan de zijwanden van de stal met een luchtinlaat van maximaal een meter. Dicht, maar toch open.’

Het traject van eerste tekening tot het moment dat de eerste koeien werden gemolken, 6 oktober 2014, vroeg ruim twee jaar en een forse investering. ‘Dat is een bewuste keuze. In deze omgeving, waar veel toeristen en gasten van Natuurmonumenten komen, moet je nu ook iets neerzetten dat uitnodigt. Een winkel met uitstraling loop je nu eenmaal ook sneller binnen. Dat willen wij ook uitstralen: aantrekkelijk zijn voor de bevolking, die graag wil zien waar het voedsel vandaan komt. Daar komt nog bij dat we iets wilden neerzetten dat verkoopbaar blijft.’

Tijd van lelijke kisten voorbij

Ehrenhard constateert dat Hermen en Leanne Spans echt hebben geïnvesteerd in de omgeving. ‘Daardoor liep het traject met gemeente en welstand ook heel soepel. Wat zij hebben gedaan, de samenwerking zoeken met Natuurmonumenten, was twintig jaar geleden nog ondenkbaar.’ Gert Elling: ‘Nu zie je toch dat steeds meer boeren bewuster nadenken over wat ze neerzetten.’ Ehrenhard: ‘De tijd dat er overal en nergens grote kisten met lelijke kleuren verrezen lijkt gelukkig voorbij.’

Leanne: ‘Agrarische ondernemers worden ook moderner en bewuster. Ze zijn de bemoeienis ook een beetje zat, heb ik het idee. Daardoor hebben ze vaker iets van: gooi maar los, kom maar kijken hoe we het doen.’ De Spans hebben bovendien een goed verhaal te vertellen: zo worden de vergaderzalen verwarmd met de melk van de koeien die de mensen beneden in de stal zien lopen.

Op de voorgevel vliegt een blauwe weidevogel boven groen gras. Ernaast staat in grote letters: Weidevol. Een weide vol vogels, vol mensen en vol koeien. Natuur en melkveehouderij hand in hand samen de toekomst in, precies zoals Hermen en Leanne Spans het graag willen. ‘We hebben van verschillende bedreigingen en schijnbare tegenstelling kansen gemaakt. Dit is het resultaat.’

Luchtwasser raakt ingeburgerd op melkveebedrijf

De luchtwasser raakt steeds meer ingeburgerd in de melkveehouderij. Volgens leverancier Agro Air Concept zijn er op dit moment zo’n 35 melkveebedrijven die hier mee werken en lopen er nog diverse vergunningsaanvragen. Het zijn vooral bedrijven rond Natura 2000-gebieden of in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) die kiezen voor een luchtwasser.

De luchtwasser heeft een wassend vermogen van 90 procent ammoniak uit stallucht. Het principe van de luchtwasser is dat de lucht achterin de stal wordt aangezogen door ventilatoren. Daar passeert het een lamellenpakket waar ook water met zwavelzuur in wordt verneveld. De scheikundige reactie tussen zwavelzuur en ammoniak bindt de ammoniak en zorgt voor ammoniaksulfaat, ook wel spuiwater genoemd.

De chemische luchtwasser is op de RAV-lijst (Regeling Ammoniak en Veehouderij) opgenomen met een ammoniakuitstoot van 4 kilo per dierplaats bij opstallen en 3,5 kilo per dierplaats bij weidegang. Daarbij gaat het om een traditionele ligboxenstal met een dichte nok en grotendeels gesloten zijkanten met luchtinlaten van circa een meter hoog. De luchtwasser is ook toepasbaar bij stallen waar met een meer open karakter. De berekende emissie ligt hoger dan bij de gesloten stal, namelijk 5,9 kilo NH3 bij weidegang en 6,6 kilo NH3 bij opstallen.

LTO en NZO zijn minder enthousiast over de luchtwasser omdat ze vrezen dat het systeem het open karakter van de stallen aantast. Veel melkveebedrijven met een luchtwasser, zoals de familie Spans, laten echter zien dat openheid in combinatie met een luchtwasser prima zijn te combineren.

Bekijk ook deze architectonische Akkerbouw loods van de hand van Harry Ehrenhard

Bekijk nog meer mooie rombou projecten

Branches

Provincies

Blijf op de hoogte