Erm - Melkrundveehouderij


Uitbreiding melkveebedrijf

Jan Hoving en zoons in het Drentse Erm weten hun bedrijf op te schalen van 200 naar 400 melkkoeien door proactief te handelen.

Jan Hoving en zijn vier zoons kregen tijdig de tips om verruiming voor hun bouwblok aan te vragen en de Nbwetvergunning uit te breiden. Ze anticipeerden proactief en plukken daarvan nu de vruchten. Volgend jaar breiden ze de melkveestal uit van 200 naar 400 ligplaatsen.

Dat je in een werkzaam leven heel wat op kunt bouwen, bewijst Jan Hoving (60) uit het Drentse Erm. In 1979 verhuisde hij uit het dorp naar de huidige locatie waar toen 14 hectare grond bij lag. Een grote sprong vooruit. Vooral omdat Jan niet zijn vader opgevolgd was. Die stierf al toen Jan nog maar acht jaar was. Zijn familie verkocht het bedrijf, maar Jan rolde bij toeval via de buurman toch in het boerenbedrijf. Hij werkte hard en slaagde er zo in zijn eigen bedrijf op te zetten.

Daarbij hoort de stap naar de huidige locatie die 35 jaar geleden gezet werd. Maar dat was zeker niet de laatste stap. Waar in 1984, bij aanvang van het quotumtijdperk, 180.000 kilo werd gemolken, gaat het nu om zo’n 2 miljoen melk op jaarbasis. De locatie telt nu ruim 230 melkkoeien en 190 stuks jongvee.

De grote groep jongvee is ter voorbereiding op de volgende uitbreiding. De melkveestal uit 2009 wordt namelijk verdubbeld. Daarbij komt ook een nieuwe voerschuur en extra mestsilo. Volgend jaar denken en hopen de Hovings dat dit realiteit is.

‘We zitten nu in het vergunningstraject, maar alles wijst erop dat dat goed doorlopen wordt’, vertelt Jan Hoving. ‘Het scheelt daarbij dat we al een tijd terug uitbreiding van het bouwblok en van de NB-vergunning hebben aangevraagd. Daarop mogen we hier nu 400 melkkoeien houden en is het bouwblok 2,6 hectare met de sleufsilo’s daarbij ingerekend.’

Ruimte gewonnen

Het relatief grote bouwblok dankt Hoving mede aan een tip van Jan Pieter Smit van Rombou. Hij adviseerde in 2008 al om een vergroting van het bouwblok aan te vragen omdat toen nog de sleufsilo's buiten het bouwblok mochten worden gezet. Die zijn er netjes nu bij ingetekend, hoewel de gemeente daar later nog op terug wilde komen. 'De gemeente meende dat wij onterecht meer ruimte in gebruik hadden genomen, maar het bleek dat zij de aanpassing niet tijdig hadden verwerkt en dat wij wel correct hebben gehandeld. Dan is het mooi dat Jan Pieter er bovenop zit, dat levert ons nu dus letterlijk bouwruimte op', zegt Jan Hoving.

Hoving noemt daarbij de belangrijkste taak van een adviseur om mee te denken en te anticiperen op de wensen die hij als ondernemer heeft. 'Dat is precies wat Jan Pieter namens Rombou voor ons doet. Wij kennen hem al heel lang en hij ons. Hij weet daarom hoe ik in elkaar steek en hoe we met het bedrijf door willen ontwikkelen.'

Die ontwikkelingsroute is bij Hoving duidelijk: meer koeien om zo een inkomen voor vier gezinnen te genereren. Alle vier de zoons Arno (27), Henk (26), Jeroen (21) en Wilco (20) willen namelijk door als melkveehouder.

‘Op termijn komt er wellicht wel een locatie bij, maar zover reikt onze polsstok nu nog niet’, zegt vader Jan. ‘Momenteel verdelen we de taken en doen bijna alles zelf. Daarmee houden we de kosten laag. Wilco zit nog op school en is verder allround inzetbaar, Henk werkt bij ForFarmers Hendrix en is daarnaast onze technische man, Jeroen is echt de koeienman en verzorgt ook veelal het jongvee, Arno doet het voeren en de boekhouding en zelf melk ik altijd ’s ochtends en insemineer ik alle dieren.’

Dat je door veel zelf te doen ook echt wat kunt besparen bewijzen de Hovings met de bouw van de stal. De 200-ligplaatsen tellende stal uit 2009 is voor minder dan 1600 euro per koeplaats gebouwd. ‘Ook het graven van de putten hebben we zelf gedaan. Tel je de mestopslag erbij op, dan komt er 500 euro per koeplaats bij, maar dat is nog niet veel. Een lage kostprijs is ook noodzaak, anders halen wij hier niet voldoende inkomen om door te kunnen groeien.’

Melkstal naast ligboxenstal

De inzet op de huidige groeiplannen werd al in 2003 gemaakt. In dat jaar werd een nieuwe Rapid-Exit 2x16 zij-aan-zij melkstal gerealiseerd. Deze werd met wachtruimte bewust buiten de toenmalige melkveestal gebouwd. ‘Eerst wilden we wel in de stal bouwen, maar we realiseerden ons tijdig dat we dan aan dat gebouw vast bleven zitten’, verduidelijkt Jan Hoving. ‘Nu hebben we de nieuwe stal er later naast gebouwd en kunnen we zonder onszelf klem te zetten, doorgroeien op deze locatie.’

Meer koeien houden betekent daarbij ook meer mestproductie. Het bedrijf bezit nu 80 hectare grasland en 45 hectare maïs. Dat wordt geruild met akkerbouwers, om zo aan de derogatie-eis te kunnen blijven voldoen. Ook de geringe mestafzetplicht regelt Hoving met nabij gelegen akkerbouwers. ‘Als we straks meer koeien melken, zal er meer afgezet moeten worden of we hebben meer grond nodig. Ik verwacht dat we met een combinatie van beiden voldoende plaatsingsruimte creëren. Dat is iets waar we ons nog op beraden.’

Handelen met voorkennis

Zoals Jan Hoving de rol van Rombou’er Jan Pieter Smit roemt, doet Smit dat andersom ook. ‘Ik wist welke plannen er speelden bij de Hovings en heb hen tijdig geadviseerd over aanpassingen aan het bouwblok en de NB-vergunning. Vervolgens hebben zij ook proactief gereageerd en dat geregeld.’

Smit stelt dat veel ondernemers de regels omtrent vergunningstrajecten en bestemmingsplannen niet voldoende goed kennen. ‘Wat ook begrijpelijk is, want de veranderingen van de wet- en regelgeving op het gebied van RO en Milieu zijn voor ondernemers niet bij te houden. Bij Hoving speelt dat ook zo, maar zij huren heel bewust ondersteuning in. Voor mij is het dan prettig te zien dat ze ook op de adviezen anticiperen en daarvan nu de vruchten plukken.’

Bekijk hier nog meer mooie rombou projecten

De lange weg van Arno Vernooij naar nieuwbouw

Doorboeren in Eilandspolder veilig gesteld

Branches

Provincies

Blijf op de hoogte