Usquert - Akkerbouw

Bewaarschuur met lessenaarsdak bij Rijksmonument

De ruim 200 jaar oude monumentale familieboerderij van akkerbouwer Geert Bos in het Groningse Usquert staat niet meer alleen. Hij kreeg gezelschap van een moderne bewaarschuur met lessenaardak.

Het is een heel karwei om als boer met rijksmonumentale kop-hals-romp boerderij een uitbreiding voor elkaar te krijgen. Geert Bos (47) uit Usquert weet er inmiddels alles van. Bijna drie jaar was hij bezig om de bouw van een nieuwe bewaarschuur op Lutjebosch, de naam van de plaats waar hij boert, gedaan te krijgen. Maar nu staat er ook wat.

Geen uit de kluiten gewassen dertien-in-een-dozijn loods, die het monument in een schaduw van lelijkheid zet. Nee, hier staat een verrassend vormgegeven schuur, die met een tussenstuk aan het monumentale gebouw vast zit. Het meest kenmerkende van de schuur zijn de twee flauw hellende lessenaarsdaken. Het eerste dak vormt de luifel boven het voorportaal van de schuur. Het tweede dak overkapt de schuur.

 

 

Je zou het niet zeggen maar de schuur van 30 bij 20 meter en een hoogte van 11,5 meter biedt plaats aan duizend kuubkisten met pootaardappels of uien. Het lessenaardak en de hoge goothoogte maken een optimale ruimtebenutting mogelijk. Boer Bos kan zijn kisten daardoor tot maximaal zes hoog plaatsen en hij kan er goed werken met grote machines. Bovendien is er zo gebouwd en vergund dat de schuur aan beide kanten verlengd kan worden tot in totaal 60 meter, waarmee de opslag toeneemt tot drieduizend kisten.

‘Zelfs dan tast de omvang het bestaande gevelbeeld van de rijksmonumentale kop-hals-rompboerderij niet aan', vindt architect Harry Ehrenhard van Rombou, bedenker van de schuur. Dat komt omdat het dak van de nieuwe minder hoog is dan de oude schuren. Ook de kleurstelling, antraciet, helpt een handje.

Schaalvergroting gaat door

Bos heeft in Noord-Groningen, tegen de Waddenkust aan, een 70 hectare groot akkerbouwbedrijf met pootaardappels, graan, uien, suikerbieten en wortels. Ook bij hem schrijdt de schaalvergroting voort. Een deel van zijn producten moest hij daardoor al elders bewaren. Meer geventileerde opslag bij huis is efficiënter en geeft flexibiliteit in de afzet. Bovendien wil Bos de komende jaren verder groeien met zijn bedrijf.

De boerderij is altijd in de familie geweest. Bos is van de vijfde generatie. De oude kop-hals-rompboerderij uit 1808 heeft nog steeds één kop en één hals, maar inmiddels vier schuren. De tweede schuur kwam er in 1858, de derde in 1939. De nieuwe bewaarschuur is de vierde uiting van uitbreiding. Het geheel vertelt iets over de verschillende tijdsgeesten. Maar ook dat boeren altijd doorgaan met schaalvergroting.

Complete bedrijfsontwikkelingstraject

Rombou deed bij Bos het complete bedrijfsontwikkelingstraject: van eerste begeleiding tot en met ontwerp en vergunningentraject. En van aanbesteding tot en met bouwbegeleiding. De nieuwbouw werd ondergebracht in het project Boerderijen aan de Waddenkust, een initiatief van LTO Noord, Landschapsbeheer Groningen en Libau, adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit. Dit project moet onder andere leiden tot nieuwbouwconcepten die op een eigentijdse manier in het oeroude Waddenlandschap passen.

Na een inventariserend keukentafelgesprek met LTO, welstandsorganisatie Libau, Rombou en Landschapsbeheer Groningen maakte Bos in november 2011 een wensenlijst. De boer wilde duizend kisten kwijt, in een goed geventileerde schuur, met mechanische koeling, een droogwand en een doorgang naar de oude schuur.

 

 

Architect Harry Ehrenhard van Rombou werd ingehuurd voor het maken van de jas. Hij moest zorgen voor een deugdelijke inpassing in het landschap. Ook had hij rekening te houden met de rijksmonumentale status. Zo mocht er niet tegen de oude schuren aan worden aangebouwd. Ook mocht het dak van de nieuwe schuur niet boven de oude gebouwen uitkomen.

‘Je kunt vervolgens kiezen voor het na-apen van de bestaande gebouwen, maar meestal wordt het dan óf heel duur óf heel slecht. Ik kies liever voor een eigentijds en conflicterend ontwerp, waardoor het karakter van de oude boerderij extra accent krijgt’, zegt Ehrenhard.

Bestemmingsplanwijziging nodig

Ehrenhard kwam met een tekening, waar het lessenaardak een prominente rol vervulde. ‘Ik heb eerst duizend kisten getekend en daaromheen een gebouw getekend. Zo kom je tot het uiteindelijke ontwerp. Dat heb ik los van de bestaande gebouwen gesitueerd en met een ‘inschuivende schoenendoos’ aan het oude gebouw vastgemaakt.’

De dakhelling was met 9 graden flauwer dan 20 graden en daar is een wijziging van het bestemmingsplan voor nodig. Dat vroeg het nodige duw- en trekwerk bij de gemeentelijke ambtenarij. Met hulp van Rombou kwam de bestemmingsplanwijziging er uiteindelijk toch door.

Ehrenhard: ‘Het was een heel karwei om lager te blijven dan de oude schuren, maar het is gelukt. Dat gevoegd bij de anonieme antraciete kleurstelling maakt dat de schuur ook als hij groter wordt ondergeschikt blijft aan het rijksmonument. Daarmee konden we gemeente en provincie uiteindelijk overtuigen.’

In augustus 2012 lag er een definitieve tekening, maar het duurde tot maart 2013 voordat de gemeenteraad toestemming gaf. Daarna volgden nog tijdrovende onderzoeken op gebied van onder andere archeologie, akoestiek, brandveiligheid en milieuwetgeving alvorens er een definitieve bouwvergunning lag. Rombou deed de aanbesteding.

 

 

De bouw zelf liep op rolletjes. Voor 1 november wilde Bos alles rond hebben, zodat hij alle producten voor de winter in de schuur kon hebben. De hoofdaannemer, bouwbedrijf Lont, liet de bouw van de buitenschil en binneninrichting gelijk lopen, waardoor de deadline keurig werd gehaald. Op 28 oktober was alles klaar. Eind mei van dit jaar waren er twee open dagen en konden boeren en burgers het resultaat bewonderen.

De nieuwbouw bij Bos bewijst dat een boerenbedrijf niet op slot hoeft om het landschap mooi te houden. Bos is er dan ook erg content mee. Als het aan hem ligt, komt er dan ook zo snel mogelijk een vervolg op deze nieuwbouw.

Waddenfonds betaalt 70% van de meerkosten

Eind 2010 werd bekend dat het project Boerderijen aan de Waddenkust kon rekenen op 2,1 miljoen euro subsidie uit het Waddenfonds. Nu de eerste deelprojecten zijn afgerond, is zichtbaar hoe dit project de beleving van het Groninger Waddengebied versterkt.

Monumentale boerderijen kregen hun oude glans terug. Erven werden zo hersteld en heringericht dat het weer beeldbepalende groene eilanden zijn in het weidse kustlandschap. Nieuwe schuren, die landschappelijk verantwoord worden ingepast, geven de streek nieuw elan.

Via het Waddenfonds kreeg Bos 70 procent van zijn meerkosten vergoed. Daardoor viel de bouw van de schuur ongeveer 10 procent duurder uit dan onder normale omstandigheden.