Doetinchem - Melkveehouderij

In het schaakspel noemen ze het spelen met wit. Niet afwachten, maar zelf het initiatief nemen. De aanval als de beste verdediging. Die aanpak legde de familie Leppink bij de nieuwbouw van hun melkveebedrijf op landgoed Slangenburg bij Doetinchem geen windeieren.

Ontsteltenis. Die avond, op 9 januari 2013, kreeg Henk Leppink op een bijeenkomst rondom het Natura 2000-gebied Stelkampsveld bij Barchem te horen dat zijn melkveebedrijf met 70 koeien, 50 stuks jongvee, 560.000 kilo melkquotum, 37 hectare pachtgrond en 8 hectare grond in eigendom onteigend zou worden. Natuurlijk, de schaduw van het potentiële Natura 2000-gebied hing al langer over de boerenbedrijven in de streek. Uitbreiden was al jaren niet of amper mogelijk. Maar op een publieke bijeenkomst ‘en public’ te horen krijgen dat je moet opkrassen, dat viel de Leppinks logischerwijs rauw op hun dak.

Van bedreiging naar kans

Henk en Anja Leppink, nu respectievelijk 53 en 51 jaar, besloten niet tegen het onvermijdelijke te vechten, maar van de bedreiging een kans te maken. Ze besloten mee te werken aan de onteigening en gingen in de streek actief op zoek naar een nieuwe locatie. Zo kwamen ze uit bij een verouderd bedrijf dat te koop stond op landgoed Slangenburg bij Doetinchem.

Het bedrijf is omgeven door natuur en bossen van Staatsbosbeheer. De percelen zijn daardoor relatief klein. ‘Er zijn collega’s die daar niet willen boeren, maar voor ons is dat geen probleem. We vinden het gebied juist prachtig om te fietsen, te wandelen of rond te toeren en willen daar met ons bedrijf ook rekening mee houden.’

Verdubbelen veestapel

Tegelijkertijd oriënteerden ze zich op hoe het nieuwe melkveebedrijf eruit zou moeten zien. Ook dat deden ze door rond te rijden in de streek, open dagen te bezoeken en voor zichzelf een beeld te vormen van de verschijningsvorm van de nieuwe stal.

Om een lang verhaal kort te maken: de provincie Gelderland kocht de bedrijfsgebouwen in Barchem, de 8 hectare grond in eigendom verkochten ze en het oude melkveebedrijf op Slangenburg werd gekocht. Ze besloten het ook in één keer goed te doen: de oude gebouwen slopen en een nieuwe stal neer te zetten waarmee hun melkveestapel in een klap ruimschoots zou verdubbelen.

Onopvallend mooi

De Leppinks maakten zelf schetsen van hoe de stal eruit zou moeten zien. ‘We hadden zelf al besloten dat we geen hoogbouw wilden, omdat dat niet goed past in dit mooie gebied.’

Voor de aanvraag van de benodigde vergunningen en de technische uitwerking van het ontwerp klopten ze aan bij Rombou in Zwolle. De Leppinks waren erg gecharmeerd van een stal met twee kappen, die Rombou eerder al eens realiseerde. Met de twee kappen lijken het twee stallen naast elkaar, maar van binnen is het één groot gebouw, met de melkkoeien links en het jongvee rechts.

‘Deze elementen samen maken dat er een onopvallend, maar mooi gebouw staat’

Voor de gevels viel de keus op zwarte potdekselprofielplaten, die goed aansluiten bij het donkere houtgebruik op bestaande gebouwen op het landgoed. De donkerrode baksteen maakt het geheel nog net weer een tikkeltje rustiger. ‘Deze elementen samen maken dat er een onopvallend, maar mooi gebouw staat’, concludeert Bram Scheurwater van Rombou.

Functionaliteit moet goed zijn

Zijn collega Gert Elling hield zich vooral bezig met de landbouwkundige inrichting van het gebouw. Hij zegt: ‘Landschappelijke inpassing is mooi, maar functionaliteit voor de agrarische ondernemer is bij onze ontwerpen altijd leidend, tenzij de opdrachtgever dat anders wil.

‘Landschappelijke inpassing is mooi, maar functionaliteit voor de agrarische ondernemer is bij onze ontwerpen altijd leidend'

De ondernemer moet met de stal zijn geld verdienen en dan moet de functionaliteit goed zijn. Ook al beseffen we ons terdege dat een goede inpassing helpt om draagvlak te houden voor bedrijfsontwikkeling. Meestal zijn beide voor weinig meerkosten goed te combineren.’

Vergaand geautomatiseerd

De nieuwe stal is met twee melkrobots en de voerrobot vergaand geautomatiseerd. Henk Leppink motiveert de beweegredenen: ‘We boeren in maatschap met onze zoon Martijn, die 27 is. We zijn nu nog relatief jong, maar er komt een tijd dat Martijn het alleen gaat doen. Daar hebben we nu al op geïnvesteerd.’

De nieuwe stal is 85 meter lang, 40 meter breed en 9 meter hoog. De stal telt 170 ligplaatsen voor de koeien. In hetzelfde gebouw is ruimte voor 121 stuks jongvee. De twee melkrobots staan in het midden van de stal. Vanuit de skybox is er goed zicht op zowel de stal als het erf. ‘Uit oogpunt van bouwblokruimte, maar ook uit arbeidsgemak, kiezen we ervoor om de koeien en het jongvee onder één dak te huisvesten. Ook voor de voerrobot kwam dat natuurlijk heel goed uit.’

Hoofdaannemer eigen zoon

Saillant detail aan de bouw van het melkveebedrijf van Henk en Anja Leppink is dat hun andere zoon Nick (25) werd ingeschakeld als de hoofdaannemer. Nick werkte jarenlang bij Agrobouw en heeft sinds vier jaar een eigen bouwbedrijf.

Vader Henk: ‘Nick kent de bouw van A tot Z, daardoor hebben we ervoor gekozen om de projectbegeleiding in eigen hand te houden. Nick’s ervaring hielp mee om de juiste keuzes te maken, zowel in materiaal als in de bedrijven die we inschakelden. Zo konden we bij het beoordelen van de vele offertes telkens goed inschatten of het bedrijf met de laagste prijs ook goed en vertrouwd was. Door zijn ervaring konden we ook bewustere keuzes maken in materiaal keuzes.’

Leppink schat dat die begeleiding 10 tot 15 procent scheelt in de kosten. Verder kregen ze op de nieuwbouw een herinvesteringssubsidie van 25 procent.

Plan vroegtijdig delen

Om draagvlak in de omgeving te creëren, gingen ze met hun plannen de boer op. Ze stelden buurtgenoten vroegtijdig op de hoogte. Ook deelden ze hun plannen met natuur- en milieuorganisaties. Die proactieve aanpak werkte goed. Er kwamen vrijwel geen bezwaren en de welstand keurde het ontwerp in één keer goed. Ook de eigenaar van het landgoed, Staatsbosbeheer, kon zich vinden in het plan.‘

'Er kwamen vrijwel geen bezwaren en de welstand keurde het ontwerp in één keer goed'

Toch kregen ze nog een tegenvaller te verwerken. De omgevingsvergunning werd aangevraagd op 14 november 2014. Maar nog voordat die behandeld kon worden, schoot de Raad van State het bestemmingsplan buitengebied af. De procedure liep daardoor vijf maanden vertraging op.

Een reparatieplan van de gemeente Doetinchem in combinatie met een verzwaarde procedure trok de zaak weer los. Ook deed Rombou een beroep op artikel 6.2 van de wet Ruimtelijke Ordening, waardoor de bouw zes weken kon worden versneld. Even dreigde een bezwaar van een natuurorganisatie nog roet in het eten te gooien, maar dat ging snel weer van tafel.

Klaar voor de toekomst

De les die Leppink leerde van het hele proces is dat goed voorbereiden en proactief opereren loont. ‘Als je afwacht, word je een speelbal. En blijf praten, want er zijn heel wat stugge instanties bij.’

Op 17 juni 2015 kregen ze de vergunning en konden ze beginnen met bouwen. Op 1 december 2015 konden ze de eerste koeien melken. Ze melken er nu ruim honderd en willen geleidelijk groeien naar 170 melk- en kalfkoeien. Er is 70 hectare pachtland bij het bedrijf. Het is nog even wachten hoe de verdeling van de fosfaatrechten uitpakt. Ze gaan ervan uit dat ze aangemerkt worden als knelgeval, omdat ze moesten verplaatsen en daardoor alle verplichtingen voor 2 juli 2015 al waren aangegaan.’

‘Als je afwacht, word je een speelbal. En blijf praten, want er zijn heel wat stugge instanties bij.’

Hoe dan ook staat er een bedrijf dat klaar is voor de toekomst. ‘In Barchem hebben we stappen jarenlang uitgesteld. Hier hebben we stappen, die we anders geleidelijk hadden gemaakt, naar voren gehaald. Verleden en toekomst smelten zo als het ware samen in de nieuwe stal.’

Van dit project zijn360 graden foto's beschikbaar, klik hieronder om het gebouw van binnen te bekijken met onze virtual reality viewer:

Bekijk ook deze melkveestal met dubbele kap

Bekijk hier nog meer mooie Rombou projecten

"Efficiƫnt en doelgericht samenwerken aan mooie plannen" Sander Kondring

Branches

Provincies

Blijf op de hoogte