Wijckel - Geitenstal met weidegang

Jonge ondernemers Walte Veldman en Willeke de Vries realiseren serrestal voor melkgeiten en werken al weer aan nieuwe plannen.  Inmiddels lopen er 550 melkgeiten in een nieuwe stal en in de zomer staan de geiten in de wei. Een echt grond-gebonden geitenbedrijf dus! Hoewel het bouwproces vermoeiend was liep het gestroomlijnd. ‘Vooral de keuze om bouwbegeleiding in te schakelen, heeft ons veel tijd en geld bespaard’, stelt Walte vol overtuiging

Op het bedrijf in het Friese Wijckel molk Walte’s vader Johannes tot 2006 koeien. Walte trof Willeke en zij wilden graag boer worden. Met schapen hadden ze ervaring, maar dat leek hen minder geschikt om bedrijfsmatig op te pakken. Walte en Willeke oriënteerden zich serieus op de geitenhouderij. Het resultaat is dat ze in 2011 de bestaande stal ombouwden tot een potstal en jonge geiten aankochten. Een jaar later molken ze 250 geiten. De jonge ondernemers werkten daarnaast beide fulltime buiten de deur en kregen het vak van geitenhouden onder de knie.

‘De geitenhouderij kwam toen net uit de Q-koorts periode en was nog in mineur’, vertelt Walte. ‘De melkprijs is nu 70 cent per liter, maar toen een stuk lager. Ik heb echter altijd geleerd dat je het beste kunt starten als de markt slecht is, dan valt het later vaak mee. En zo pakte dat gelukkig ook hier uit. We hebben de tijd mee gehad.’

 

‘Je hebt mensen nodig om je heen met verstand van zaken’

De markt trok aan, maar de stal toonde haar beperkingen. Bovendien was de ruimte te beperkt. ‘250 melkgeiten is te weinig om van te bestaan. We wilden uitbreiden, maar moesten eerst de gemeente overtuigen dat ons bedrijf grondgebonden is’, licht Walte toe. ‘Geitenhouderij wordt als intensief gezien en daarvoor wordt geen vergunning verleend. Om het bedrijf heen ligt echter 10 hectare waar we de geiten zomerdag ook weidegang bieden. Die weidegang gaf, na een jaar touwtrekken, uiteindelijk de doorslag en de bouwvergunning was rond’, vertelt Walte.

Toen al hadden de ondernemers Rombou erbij geroepen. ‘De NB-vergunning moest aangepast worden en dat is een ingewikkeld verhaal. Je moet mensen om je heen verzamelen die verstand van zaken hebben. Dat betaalt zich uit’, stelt Walte. ‘Arjen Sinnige van Rombou kreeg die vergunning voor ons rond. Al moet de provincie hem nog officieel afgeven, maar dat ligt nu alleen nog aan de formele afronding. Op het provinciehuis hebben ze wat achterstand opgelopen.’

 

Groter bouwblok

Bijkomend voordeel van de samenwerking was dat de adviseurs van Rombou nog eens naar het bouwblok keken. Dat bleek groter te zijn dan Walte en Willeke eerst dachten. ‘Toen hebben we alle goed overwogen en besloten om niet de oude stal om te bouwen en uit te breiden, maar een hele nieuwe stal te bouwen. Van 30 meter lengte zijn we naar een stal van 60 meter lengte en 20 meter breedte gegaan. Bovendien konden we achter de nieuwe stal verharding aanbrengen en extra mestopslag creëren.’

Om het licht en de lucht kozen de ondernemers voor een serrestal. Dit concept, de bovenbouw dus, werd uitgevoerd door ID Agro. Voor de onderbouw en de algehele begeleiding werd John Mentink van Rombou gevraagd.

‘Achteraf zijn we erg blij dat we dit zo gedaan hebben. Met name omdat John ervoor zorgde dat alles op elkaar afgestemd werd. Het graafwerk, de asbestsanering, het betonstorten en de bouw van onder- en bovenbouw’, vertelt Walte. Willeke vult hem aan: ‘De bouw moest hier in een korte tijd gebeuren. Medio september moesten de geiten naar binnen en was al het grote werk ook klaar. Geiten zijn gevoelige dieren en kunnen beslist niet buiten blijven in de wei als het weer omslaat.’

‘Het geheel is echt erg gestroomlijnd gelopen doordat alle partijen zo goed meewerkten. Zelf ben je druk met het dagelijkse werk dat gewoon doorgaat. Tel daarbij op dat ik zwanger was van onze zoon Teade en je begrijpt dat deze periode heftig was.’

Volgens Walte is de keuze voor bouwbegeleiding ook financieel nog eens een goede zet geweest. ‘John Mentink regelde de inschrijving voor het beton en de asbestsanering uiterst correct. Dat traject heeft ons duizenden euro’s bespaard en het werk is goed gedaan. Tussen de hoogste en laagste inschrijver zaten namelijk erg grote bedragen. Als we de rekeningen van Rombou zelf kregen, dachten we wel eens dat het advies niet goedkoop is. Maar reken je om wat het opleverde, dan kan dat goed uit.’

Omschakelen naar biologisch

Het resultaat is inmiddels een prachtige nieuwe ruime stal waar 550 melkgeiten inlopen. Er is ruimte voor ruim 800 geiten en daarvoor wordt ook een NB-vergunning afgegeven. Maar we denken dat 700 het optimum is. Dat houden de dieren voldoende ruimte, gedijen ze goed en presteren ze het beste.’

De geiten produceren met 1280 liter per geit per jaar momenteel erg goed. In een klein jaar steeg de gemiddelde productie ook 175 liter. Dat komt mede door de investering van een krachtvoerautomaat. ‘Een extra investering van 80.000 euro, maar hij betaalt zich terug’, stelt Walte.

Hij is tevreden hoe het momenteel loopt. Toch twijfelen de jonge ondernemers of ze op deze weg verder willen. ‘We kijken serieus naar de optie om richting biologisch om te schakelen’, vertelt Walte. ‘De melkprijs voor gangbare geitenmelk is nu goed, maar blijft dat ook zo? Ik denk het niet. Onze inschatting is dat de biologische prijs stabieler is. Momenteel ligt die ruim 20 cent boven de gangbare prijs.’

Ook de maatschappelijk vraag speelt mee in het idee om richting biologisch te gaan. De jonge ondernemers zitten met hun bedrijf letterlijk tussen twee campings in. Een tweede stal bouwen in de toekomst, voor verdere opschaling, wordt zeer waarschijnlijk niet vergund.

 ‘En in dit gebied trekken onze geiten zomerdag erg veel bekijks. Zowel de melkgeiten als de jonge dieren kunnen daags zowel binnen als buiten komen. Vele passanten vergapen zich aan de diertjes buiten en vragen vaak en veel of we biologisch zijn. Als we dan vertellen van niet, willen ze ons maar amper geloven’, vertelt Willeke.

Ook bij dit proces maken de ondernemers gebruik van de kennis van Rombou en vragen hen om advies. Een makkelijk keuze is het namelijk niet en de knoop is dan ook nog niet doorgehakt. ‘Nu voeren we naast vers gras of graskuil gemiddeld 55 kilo krachtvoer per 100 kilo meetmelk. Bij biologisch mag je maximaal 40 kilo krachtvoer per 100 kilo meetmelk voeren. De productie zal daardoor sowieso dalen’, stelt Walte. ‘Omschakelen kost tijd en geld. Minstens 75.000 euro, volgens onze berekening’, vult Willeke aan. ‘Dat is veel geld. De keuze maken we dan ook niet van vandaag op morgen, we zoeken alles goed uit. Aan de andere kant, als ondernemer moet je durven veranderen. En onderzoek je niets, dan weet je ook niet of een nieuwe markt de goede weg is voor jouw bedrijf.’

Lees hier meer over de Geitenstal van Harm en Anke van der Veen

Lees hier meer over de Geitenstal van Johan van Diepen

Bekijk hier nog meer mooie rombou projecten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Mijn streven? Een toekomstgerichte stal en up-to-date bedrijf" Arjan Sinnige

Branches

Provincies

Blijf op de hoogte