Hedel - van Doremaele

Het kostte aardbeienkweker Gert-Toin van Doremaele uit Hedel drie jaar om de huisvesting voor zijn Slowaakse medewerkers gerealiseerd te krijgen. Het bestemmingsplan en de bouwregelgeving lieten dit eerst niet toe, maar met hulp van Gert-Jan Festen en Bram Scheurwater van Rombou lukte het wel.

Van Doremaele teelt aardbeien en kweekt aardbeienplanten. Deze weken heeft hij zes Slowaakse medewerkers aan het werk die planten verzamelen om in te pakken zodat ze kunnen worden opgeslagen in koelcellen bij de veiling in Zaltbommel.

Op het bedrijf werken een groot deel van het jaar vrouwelijke Slowaakse medewerkers. Het begint in het voorjaar, dan neemt het aantal langzaam toe. Van eind mei tot eind augustus werken er tien Slowaakse dames. Na de oogst wordt het rustiger, maar in de weken voor kerst moeten de planten klaargemaakt worden om in de koelcellen opgeslagen te worden.

Van een tijdelijke naar een permanente oplossing

De medewerkers woonden eerst in stacaravans op het erf van de Hedelse ondernemer. Maar de gemeente wilde dat niet langer toestaan. Het paste niet in het bestemmingsplan. Daarom schakelde hij Rombou in.

Gemeentelijk beleid liet alleen tijdelijke huisvesting in stacaravans toe voor maximaal vier of zes maanden. Maar inpandige huisvesting liet het bestemmingsplan ook niet toe.  Van Doremaele wilde een duurzame oplossing voor de huisvesting van zijn medewerkers en belde Rombou.

Wat laat het bestemmingsplan wel toe?

Gert Jan Festen van Rombou onderzocht voor Van Doremaele wat binnen het bestemmingsplan wél mogelijk was. Er was in de gemeente wel beleid voor huisvesting van medewerkers uit Midden-  en Oost-Europese landen, de zogeheten MOE-landers, maar er was geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Festen onderzocht het beleid voor huisvesting van MOE-landers. ‘Uiteindelijk hebben we er voor gekozen om het plan te wijzigingen en inpandige huisvesting te realiseren.’

Duwen en trekken

De gemeente gaf lang geen medewerking. Twee keer kwam de reactie: ‘Nee, inpandig mag niet.’ Er volgden twee jaar van duwen en trekken met de gemeente. ‘Maar de ondernemer wilde een goede oplossing hebben. Hij wilde zijn mensen niet in de kou laten staan.’ Uiteindelijk lukte het om de omgevingsvergunning van de gemeente te krijgen.

Bouwregelgeving

Toen kwam de bouwtechnische uitdaging: hoe is een woonfunctie te realiseren in een bestaande loods, met inachtneming van alle eisen voor veiligheid, comfort en hygiëne? Bram Scheurwater adviseerde Van Doremaele op dat terrein. ‘Er zijn bijvoorbeeld hoge eisen voor brandveiligheid. Zo moet er een duidelijke vluchtroute zijn. Er kunnen immers ook mensen verblijven die er net zijn en het gebouw nog niet kennen. De regels zijn daarom vergelijkbaar met die voor een hotel.’

Richtlijn huisvesting MOE landers

De huisvesting moest niet alleen voldoen aan het bestemmingsplan en aan het Bouwbesluit, maar ook aan de Richtlijn Huisvesting MOE-landers van de gemeente. In die richtlijn staat bijvoorbeeld hoeveel vierkante meter er minimaal per persoon moet zijn en hoeveel mensen er op een kamer mogen verblijven.

Bouwen in eigen beheer

Van Doremaele deed een groot deel van het werk zelf, of in eigen beheer. Een aantal specialistische klussen liet hij aan anderen over, zoals het aanbrengen van de elektriciteit en de waterleiding en het stucadoren van de wanden.

Goede huisvesting voor goed werk

Vorig jaar was alles gereed. Zijn medewerkers zijn er héél tevreden over, krijgt hij als reactie. Hij vindt het niet meer dan normaal dat ze goed gehuisvest zijn. ‘Ik verwacht dat zij goed werk leveren. Zij mogen verwachten dat ik ze goed huisvest, tegen een normaal tarief.’ De huurprijs ligt veel lager dan wat hij hoort van huisvesting van buitenlandse medewerkers op andere locaties. ‘Ik hoef niet te verdienen op huisvesting. Ik moet verdienen aan het werk dat ze doen.’

Goed advies

Van Doremaele blikt tevreden terug op de advisering en begeleiding door Rombou. ‘Als ondernemer zit je niet zo in de ruimtelijke ordening en zo. Het scheelt als er een organisatie achter staat die zo’n proces begeleidt. Als je zelf aanvragen zou opsturen naar de gemeente, heb je grote kans dat die terug komen, bijvoorbeeld omdat ze niet volledig zijn. Rombou weet de weg. Het ging gewoon goed. Ik was er heel blij mee.’

"Complexe vragen in ruimtelijke ordening en milieu" Gert-Jan Festen

Provincies

Blijf op de hoogte