Gasselternijveenschemond - Kruit

De heren Kruit hebben in Gasselternijveenschemond hun pluimveestallen opnieuw gebouwd na de allesverwoestende brand in 2011. Het team van Rombou vertelt hoeveel hobbels er genomen zijn en hoe dit resulteerde in een slim, mooi en functioneel ontwerp.

Voor de grote brand had Kruit een vergunning voor het houden van 244.000 leghennen. Voor dat aantal wilden vader en zoon ook de nieuwe stallen opbouwen. Met de eisen voor brandveiligheid en binnen het bouwblok blijven begon de puzzel. De ondernemers dachten daar zelf intensief over na, en haalden Rombou erbij om mee te denken.

Het ontwerp

‘We kwamen uit op een opstelling van zes stallen, of eigenlijk zeven, in de lengte richting. Drie aan beide kanten van een middengebouw waar de eieren verzameld worden’, vertelt Joost Overbeek, verantwoordelijk was voor het ontwerp. Een ontwerp dat tegelijkertijd functioneel en landschappelijk inpasbaar moest zijn. ‘De opstelling in de lengte en in zes stallen heeft te maken met de strenge brandveiligheidseisen. Zo is het ontwerp ontstaan van stallen met een dierverblijf van 15 meter breed bij 83 meter lengte in twee etages voor de huisvesting van de hennen.

Bestemmingsplan en brandveiligheid

Er moest in totaal gewerkt worden binnen een bouwblok van 1,65 hectare. Met de tussenruimte die nodig is om brandoverslag te voorkomen, is dat ook precies gevuld. ‘Gedurende het hele traject is er scherp meegekeken door de brandweer naar het ontwerp. Er zijn ook de nodige aanpassingen gedaan’, vult Bram Scheurwater aan die verantwoordelijk was voor de brandveiligheid en bouwkundige inpassing. Het bedrijf staat vrij in de ruimte en heeft weinig directe buurtbewoners, bezwaren bleven mede hierdoor gelukkig uit. ‘Locatie is voor dit soort bedrijven dus echt van groot belang’, vertelt Rob van Woerden, verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening en milieuaspecten. ‘Het bedrijf had wel een vergunning, maar was dus afgebrand. In de jaren erna staat de wereld natuurlijk niet stil en verving de gemeente het bestemmingsplan'. De gemeente ‘vergat’ het bedrijf op te nemen in de nieuwe beheersverordening (tijdelijk bestemmingsplan). Alle rechten die de heren Kruit hadden opgebouwd waren plotsklaps verdwenen. We hebben dit direct gesignaleerd en de gemeente heeft dit rechtgezet.’

Landschappelijk inpassing

Om de nieuwbouw daadwerkelijk vergund te krijgen moest ook aandacht worden besteed aan de landschappelijke inpassing van het ontwerp. Architect Harry Ehrenhard en landbouwkundig ontwerper Joost Overbeek kwamen samen tot een opvallende uitwerking. Geen rechte kappen met de nokken in het midden, maar een asymmetrische opstelling. ‘Architectonisch krijg je zo een interessante uitwerking waarbij de functionaliteit er beslist niet onder lijdt’, vertelt Overbeek. ‘Ook qua ventilatie werkt dit prima én belangrijk: het materiaal bestaat gewoon uit staal en sandwichpanelen waardoor de kosten niet hoger uitvielen maar het geheel wel veel mooier toont dan een traditionele kap'.

‘Het idee dat je een gebouw verstopt achter een singel leeft bij veel mensen, maar onze visie is juist dat een mooi gebouw ook getoond mag worden’, licht Ehrenhard toe.

Van leghennen naar ouderdieren

Daarmee was het project echter beslist nog niet ten einde. Toen alle vergunningen rond waren, maakte Kruit een ondernemerskeuze met belangrijke gevolgen voor de bouw. Er moest een switch komen van leghennen naar ouderdieren voor vleeskuikens. De vergunning werd omgezet van 244.000 leghennen naar ruim 124.000 ouderdieren. Het ontwerp in de stallen werd ook aangepast. Waar de leghennen in een volière waren ingedeeld, moesten nu nesten ontworpen worden voor de ouderdieren. ‘De eerder gekozen 15 meter kwam heel goed uit. Eén nest was daar qua breedte precies in te passen’, vertelt Joost Overbeek. ‘Normaal wordt 15 meter breedte als relatief smal gezien, maar het biedt bij de ombouw zoals hier dus ook voordeel.’
‘Alles is opnieuw grondig getoetst omdat we voor met name brandveiligheid immers onder een vergrootglas lagen. Het past letterlijk en figuurlijk goed zo.’

NB-vergunning en Milieueffectrapportage

Voor het vermeerderingsbedrijf kwam de NB-vergunning rond, maar daarvoor waren wel de nodige aanpassingen nodig. ‘De emissies van ouderdieren liggen hoger’, licht Van Woerden toe. ‘We zijn daarom van horizontale naar verticale luchtuitlaat  gegaan, waarbij de lengte ventilatie in de stal bleef behouden. Zo blijft de geurhinder onder de toegestane normen. Lucht die naar boven gaat en zich daarna verspreidt, verplaatst zich verder en verdunt meer.’
Van Woerden licht toe dat het proces om een NB-vergunning om te zetten en opnieuw binnen te halen een hele klus is. ‘Je kijkt niet alleen naar stikstof-emissies, maar ook naar de gevolgen voor geur en fijnstof.’

Bij dit project is heel bewust gekozen om na de aanpassing van de plannen nogmaals een Milieu Effect Rapportage (MER) op te stellen. Bij deze bedrijfsomvang was een MER sowieso verplicht. De nieuwe MER werd opgemaakt om risico’s af te dekken. We hielden er sterk rekening mee dat derden bezwaar zouden maken. ‘Als je dan geen MER klaar hebt, vertraagt het hele traject opnieuw aanzienlijk’, licht Van Woerden toe.

Bouwkosten

‘Nadat de welstand akkoord was met het plan hebben we een investeringsraming gemaakt’, vertelt Bram Scheurwater. Hiermee werden voorafgaand aan de vergunningaanvraag de bouwkosten in kaart gebracht. ‘Op die manier zorgen we er voor dat de uiteindelijke haalbaarheid steeds in het vizier blijft’.

‘Tijdens de vergunningprocedure is het plan aanbesteed waarbij de goedkoopste aannemer binnen 10 procent van deze eerste raming uitkwam. Een mooi voorbeeld van sturen op bouwkosten’, aldus Scheurwater.

Vlotte bouw

In 2015 kon het echte bouwtraject echt los en voor 1 oktober 2016 moesten de gebouwen echt klaar zijn. ‘Een jaar lijkt wellicht lang, maar dat is het voor een project van deze omvang beslist niet’, vertelt John Mentink, verantwoordelijk voor de prijsvorming en de bouwbegeleiding. De datum van 1 oktober 2016 was ‘heilig’ in verband met een aanscherping van het besluit huisvesting. ‘Dat was best spannend of het zou lukken, maar ik durf te stellen dat het gelukt is. En op een wijze dat er ook echt wat moois staat, nergens is ingeleverd op kwaliteit van werk.’

Projectleiding

De tijd dat één specialist een project als deze tot een goed einde kan brengen is voorbij. Rombou werkt daarom heel bewust met één projectleider op dit soort projecten. In dit geval Bram Scheurwater. Als projectleider zorgt hij ervoor dat alle mensen op het juiste moment worden ingeschakeld. ‘Zo voorkomen we dat de realisatie vertraging oploopt'.

Een belangrijke rol voor de projectleider is het actief en inhoudelijk meedenken binnen het project. Blijven we binnen het bouwbudget? Lopen we in op de planning, zijn de vergunningen op tijd gereed,  kunnen we rechten vasthouden en nemen we geen overhaaste beslissingen waar we later last van gaan krijgen.

‘Projecten als deze zijn sowieso geen feestje van één specialist’, vertelt Scheurwater. ‘Het zijn lange trajecten. Dat maakt het waardevol dat iemand alles van begin tot einde bijhoudt'.

"Plannen maken om trots op te zijn" Bram Scheurwater

Branches

Provincies

Blijf op de hoogte