PAS op de plaats of einde oefening?

Door: Rob van Woerden 27 september 2018

Op 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Het PAS vormt de basis voor vergunningverlening aan veehouderijen en andere activiteiten die stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden veroorzaken.

Tegen veel vergunningen is beroep ingesteld en ook tegen de algehele vrijstelling van de vergunningplicht voor beweiden en bemesten. Daarbij wordt gesteld dat het PAS de natuur onvoldoende bescherming biedt en in strijd is met Europese regels.

De Raad van State heeft op 17 mei 2017 vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. In afwachting van een uitspraak van het Hof worden alle rechtszaken aangehouden. Advocaat-Generaal Kokott heeft op 25 juli een zogenaamde Conclusie gepubliceerd. Het Hof zal deze Conclusie betrekken bij haar uitspraak die dit najaar wordt verwacht.

De Conclusie geeft al enig inzicht over de juridische houdbaarheid van het PAS. Hierbij past enige voorbehoud omdat de uitspraak van het Hof kan afwijken van de Conclusie. Ook moet de Raad van State daarna nog een uitspraak doen waarbij ook andere aspecten worden betrokken.

Enkele hoofdlijnen die kunnen worden gedestilleerd uit de Conclusie:

  • Een integrale beoordeling van alle stikstofdeposities, zoals het PAS, is een geschikt en waarschijnlijk zelfs een noodzakelijk instrument voor vergunningverlening.

  • Een daling van de stikstofdepositie is onvoldoende om ontwikkelingsruimte voor nieuwe activiteiten toe te delen. Extra depositie kan alleen worden toegestaan wanneer de totale belasting zo gering is dat het de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied niet aantast.

  • Beweiden en bemesten zijn een ‘project’ in de zin van de Europese Habitatrichtlijn. Een algehele vrijstelling van de vergunningplicht voor beweiden en bemesten is niet toegestaan.

De uitkomst is dat het PAS in de huidige vorm in strijd is met Europees recht. Het lijkt echter wel mogelijk om het PAS te repareren. De beschikbare ontwikkelingsruimte zal opnieuw moeten worden vastgesteld. De eisen die aan ontwikkelingsruimte worden gesteld zijn veel strenger. Wel zou ontwikkeling van veehouderijen en andere bedrijven kunnen worden gezien als een ‘dwingende redenen van openbaar belang’ wat de weg vrijmaakt om in bijzondere gevallen een te hoge stikstofdepositie op een deel van een gebied toe te staan, mits dit wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door aanleg van nieuwe natuur.

Andere belangrijke onderdelen van het PAS, zoals grenswaarden voor activiteiten die zonder vergunning mogen worden uitgevoerd, kunnen waarschijnlijk gehandhaafd blijven. Als een algehele vrijstelling voor beweiden en bemesten niet mag kan hier mogelijk ook gewerkt worden met een grenswaarde, bijvoorbeeld een afstand tot het Natura 2000-gebied.

Blijf op de hoogte